Schoolgids

In dit boekje wordt een beeld geschetst van de werkwijze van de Vondelschool. Deze schoolgids wordt één keer aan elk (nieuw) gezin uitgereikt. Indien de schoolgids inhoudelijk gewijzigd wordt, ontvangt u een nieuw exemplaar. Kleine wijzigingen worden gemeld in de maandelijkse Nieuwsbrieven of in het Informatieboekje, dat aan het begin van elk schooljaar aan elk gezin wordt uitgereikt. Hierin staat de actuele informatie, zoals jaarschema, leerlingenlijsten, leden Ouderraad, Medezeggen-schapsraad en teamleden.
De Rijksinspectie toetst of onze schoolgids aan de wettelijke eisen voldoet.

De Vondelschool, gebouwd in 1931, is een openbare school. In de wet staat dat de overheid verplicht is openbaar onderwijs te verzorgen. Op de openbare school maakt het kind al op jonge leeftijd kennis met bestaande verschillen in levensovertuiging, cultuur en gewoonten. Hierover wordt op school gesproken met als doel onderling vertrouwen en begrip te kweken. Een openbare school wordt doorgaans bestuurd door een gemeentebestuur. In ons geval door de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid-Kennemerland gevestigd te Haarlem, Postbus 800 2003 RV.

Wij hopen, dat u door het lezen van onze schoolgids een indruk krijgt hoe de Vondelschool probeert uw kind acht nuttige en plezierige basisschooljaren te geven. Deze schoolgids pretendeert niet volledig te zijn. Ouders die zich oriënteren op een school, kunnen deze schoolgids in combinatie met het jaarlijkse informatieboekje, als leidraad gebruiken ter voorbereiding op een gesprek en een bezoek, waarvoor wij u van harte uitnodigen. Wij zijn bereikbaar op het volgende nummer 023-5241076.

De medezeggenschapsraad heeft ingestemd met de inhoud van deze schoolgids.

De directie, oktober 2007.

Aerdenhout, september 2005

INHOUDSOPGAVE
1. INLEIDING
2. DOELEN VAN HET ONDERWIJS
3. ZORG VOOR HET JONGE KIND
4. ZORG VOOR LEERLINGEN MET SPECIFIEKE ONDERWIJSBEHOEFTEN
5. BENUTTING VAN DE VERPLICHTE ONDERWIJSTIJD
6. DE (VRIJWILLIGE) OUDERBIJDRAGE
7. RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE OUDERS / VERZORGERS EN HET BEVOEGD GEZAG
8. HET MOBIEL TEAM
9. AANNAMEBELEID
10. HET HOOFDLUISBELEID VAN DE SCHOOL
11. SPONSORING
12. BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN

1. INLEIDING
In dit boekje wordt een beeld geschetst van de werkwijze van de Vondelschool. Deze schoolgids wordt één keer aan elk (nieuw) gezin uitgereikt. Indien de schoolgids inhoudelijk gewijzigd wordt, ontvangt u een nieuw exemplaar. Kleine wijzigingen worden gemeld in de maandelijkse Nieuwsbrieven of in het Informatieboekje, dat aan het begin van elk schooljaar aan elk gezin wordt uitgereikt. Hierin staat de actuele informatie, zoals jaarschema, leerlingenlijsten, leden Ouderraad, Medezeggen-schapsraad en teamleden.
De Rijksinspectie toetst of onze schoolgids aan de wettelijke eisen voldoet.

De Vondelschool, gebouwd in 1931, is een openbare school. In de wet staat dat de overheid verplicht is openbaar onderwijs te verzorgen. Op de openbare school maakt het kind al op jonge leeftijd kennis met bestaande verschillen in levensovertuiging, cultuur en gewoonten. Hierover wordt op school gesproken met als doel onderling vertrouwen en begrip te kweken. Een openbare school wordt doorgaans bestuurd door een gemeentebestuur. In ons geval door de Stichting Openbaar Primair Onderwijs Zuid-Kennemerland gevestigd te Haarlem, Postbus 800 2003 RV.

Wij hopen, dat u door het lezen van onze schoolgids een indruk krijgt hoe de Vondelschool probeert uw kind acht nuttige en plezierige basisschooljaren te geven. Deze schoolgids pretendeert niet volledig te zijn. Ouders die zich oriënteren op een school, kunnen deze schoolgids in combinatie met het jaarlijkse informatieboekje, als leidraad gebruiken ter voorbereiding op een gesprek en een bezoek, waarvoor wij u van harte uitnodigen. Wij zijn bereikbaar op het volgende nummer 023-5241076.

De medezeggenschapsraad heeft ingestemd met de inhoud van deze schoolgids.

De directie, oktober 2007.

2. DOELEN VAN HET ONDERWIJS
Voorop staat onze overtuiging dat het kind zich het beste thuis voelt in een veilige omgeving. Wij gaan ervan uit dat het onderwijs een voornaam onderdeel is van de opvoeding. Het kind is van nature leergierig. Het kind leert permanent. Wij denken dat er bij het aanleren van schoolvakken meer nodig is dan het inprenten van de leerstof. We laten de kinderen samen spelen, leren hen samen te werken, etc.

In ons schoolplan staat beschreven hoe wij de door de overheid gestelde kerndoelen trachten te bereiken. In de kerndoelen formuleert de overheid wat de leerlingen op de basisschool in elk geval geleerd moeten hebben.

De nieuwe Wet op het Primair Onderwijs gaat uit van zgn. adaptief onderwijs, onderwijs dat zo goed mogelijk wordt aangepast aan de mogelijkheden van het kind. Er zal daardoor minder klassikaal lesgegeven worden. Onze school probeert op een zo’n verantwoord mogelijke manier invulling te geven aan deze uitdaging . Wij zijn voortdurend bezig met innovaties in het onderwijsproces. Wij worden hierin begeleid door diverse bureaus, zoals bijvoorbeeld de Onderwijsbegeleidingsdienst en bureau Kuko. Zo werkt het gehele team constant aan het zelfstandiger laten werken van onze kinderen en het aanbieden van de leerstof en verwerking daarvan op drie niveaus. Werkend volgens deze aanpak komt er meer gelegenheid om aan één kind of aan specifieke groepjes kinderen tijdens de les extra aandacht te schenken.
Individueel volgen onze leerkrachten allerlei deskundigheidsbevorderende cursussen.

De resultaten van ons onderwijs en de vorderingen van onze kinderen worden op verschillende manieren geregistreerd, geanalyseerd en geëvalueerd. Bij de kleuters gebeurt dit met behulp van het zgn. Pravoo-systeem. De kleuters worden enkele keren door de leidsters geobserveerd aan de hand van het zgn. Pravoo-formulier. Deze bevindingen worden met de ouders besproken met als doel hen op de hoogte te houden van de ontwikkeling van het kind en hoe we deze ontwikkeling begeleiden.
Vanaf groep 2 worden toetsen van het CITO-leerlingvolgsysteem afgenomen voor de taalontwikkeling, lezen, spelling en (voorbereidend) rekenen. Het zijn methodeonafhankelijke toetsen, die onze resultaten vergelijken met de landelijke normering. Ons doel is om bij onze kinderen mogelijke leerstofhiaten op te sporen en deze te verhelpen. Hierbij speelt onze intern begeleider een voorname rol.
In de groepen 7 en 8 wordt twee keer de SVL-test (SchoolVragenLijst) afgenomen, waarin o.a. wordt gekeken naar motivatie, huiswerkattitude en het met plezier naar school gaan. Mede aan de hand van de beoordeling van een psycholoog van de OBGK, wordt ouders geadviseerd welk type voortgezet onderwijs naar het oordeel van de Vondelschool het meest geschikt is voor uw kind.
Aan het eind van groep 7 doen de kinderen de CITO-Entree-toets. Deze toets tracht aan te geven of de basisschool diverse leerstofonderdelen goed heeft aangeleerd. Ouders krijgen de uitslag van hun kind. Vanaf het schooljaar 2002-2003 maken we bovendien gebruik van de CITO-eindtoets in groep 8.

Sinds het schooljaar 1999/2000 vragen de scholen voor voortgezet onderwijs de resultaten van de aangemelde leerling te melden op het aanmeldingsformulier Al deze gegevens worden in een leerlingendossier vastgelegd, dat kan worden ingezien door eigen ouders/verzorgers, directie, intern begeleider en groepsleerkracht. Na vijf jaar worden deze dossiers vernietigd.

De wet verplicht ons de resultaten van de school in de vorm van de uitstroom van de leerlingen naar het voortgezet onderwijs in de schoolgids te publiceren. Uit onze groepen 8 zijn vanaf de zomervakantie 2003 t.m. 2007 in totaal 162 kinderen naar de volgende schooltypen voor voortgezet onderwijs gegaan:
voortgezet onderwijs aantal leerlingen 2003/2007
percentage
vwo 140 51
havo 119 34
mavo 46 15

Bij de interpretatie van deze gegevens dient u er rekening mee te houden dat niet alle kinderen, die naar deze schooltypes zijn gegaan ook daadwerkelijk dit advies van de Vondelschool hebben gekregen. Zie hiervoor in het informatieboekje de procedure continue begeleiding.

3. ZORG VOOR HET JONGE KIND
Onze jongsten zijn gehuisvest in de kleutervleugel. Zij hebben daar de beschikking over drie zeer ruime werklokalen. Via hun eigen ingang gaan de kleuters naar het speelterrein met zandbak en speeltoestellen.
Onze drie kleutergroepen zijn heterogeen samengesteld, d.w.z. jongste en oudste kleuters werken samen. Leren heeft niet alleen betrekking op het ontwikkelen van verstandelijke vermogens; minstens zo belangrijk zijn de sociaal-emotionele en creatieve ontwikkeling. In onze manier van werken verschuift het accent naarmate het kind ouder wordt van sociale en emotionele groei naar verstandelijke vorming.
Het spel staat in de kleutergroepen centraal. Dit is de basis voor de ontwikkeling van allerlei andere vaardigheden. Wij bieden de kleuter een uitnodigende omgeving in een positief pedagogisch klimaat, waarin hij/zij ontdekkend bezig is.

  • De schooldag begint met een kringgesprek. Recente gebeurtenissen, die indruk op de kleuters hebben gemaakt, worden met elkaar besproken.
  • De kleuterafdeling werkt met hoeken, zoals er bijvoorbeeld zijn: De bouwhoek, de poppenhoek, de computerhoek of een 'hoek' die de leerkracht maakt n.a.v. belangstelling: de herfsthoek, de winkelhoek, etc.
  • Uit kasten kan ontwikkelingsmateriaal gekozen worden, dat o.a. bijdraagt tot de ontwikkeling van de motoriek, voorbereidend rekenen en voorbereidend taal.
  • De leerkracht observeert voortdurend en stimuleert de kleuter bij de keuze van materialen en activiteiten.
  • Verder wordt in gezamenlijke werkvormen aandacht besteed aan zingen, kleutergymnastiek, dansen, voorlezen, poppenkast, enz.
  • Meer dan in de bovenbouwgroepen wordt er gewerkt met projecten en thema's. Steeds wordt gekeken naar de omgeving, leefsituaties en actualiteit (geboorte, groei, gezondheid, vakanties).

4. ZORG VOOR LEERLINGEN MET SPECIFIEKE ONDERWIJSBEHOEFTEN

De leerstof wordt grotendeels aangeboden volgens het model basisstof-verdiepingsstof- verrijkingsstof. Wij proberen het voorgeschreven tempo van de methoden aan te houden. Een kind dat eerder met de opdracht klaar is, kan kiezen uit extra lesmateriaal.
Voor kinderen die niet in staat zijn het gemiddelde tempo aan te houden worden aparte programma's gemaakt, waardoor zij zo veel mogelijk in de groep van hun leeftijdsgenootjes kunnen blijven.
Onder het motto 'voorkomen is beter dan genezen' begeleiden we kinderen, die dreigen uit te vallen, zo vroeg mogelijk. Kinderen die een specifieke zorg nodig hebben, worden na overleg met de ouders besproken met de intern begeleider. De intern begeleider stelt in overleg met de groepsleerkracht en eventueel met de orthodidactisch medewerker van de OBGK een programma (handelingsplan) op voor het kind. Dit handelingsplan wordt o.a. op grond van wettelijke verplichtingen aan de ouders ter ondertekening voorgelegd.
Dienen leer- of gedragsproblemen zich in een hogere groep aan, dan geldt dezelfde procedure. Behalve uit proefwerken en toetsen worden problemen ook opgespoord via het methode-onafhankelijke CITO-leerlingvolgsysteem. Hierbij worden de ouders betrokken van die kinderen, die extra zorg krijgen.
In overleg met ouders kan de school besluiten om leerlingen langer over bepaalde leerstof te laten doen en te kiezen voor kleuterverlenging of een leerling een jaar langer te laten blijven in een bepaald leerjaar. Ook versnellen is eventueel mogelijk.
De Wet op het Primair Onderwijs, die op 1 augustus 1998 in werking is getreden, beoogt kinderen met problemen zo lang mogelijk op de gewone basisschool te houden. In het kader van Weer Samen Naar School is onze school aangesloten bij het Samenwerkingsverband openbaar en algemeen bijzonder onderwijs Zuid-Kennemerland. Het Samenwerkingsverband maakt een zorgplan voor alle aangesloten scholen. Hierin staat beschreven hoe kinderen met problemen het best kunnen worden begeleid. Dit zorgplan ligt op school voor belangstellenden ter inzage. Ook de Vondelschool beschikt over een schoolspecifiek zorgplan.

Scholen voor L.O.M. (Leer- en Opvoedingsmoeilijkheden) en M.L.K. (Moeilijk Lerende Kinderen) zijn opgeheven. Deze schooltypen zijn vervangen door scholen voor speciaal basisonderwijs. Er zal echter eerst worden getracht het kind zo verantwoord mogelijk te begeleiden op de gewone basisschool. Hiertoe wordt elke basisschool vanuit het Samenwerkingsverband Kennemerland speciaal ondersteund via regelmatig overleg over kinderen met leer- en/of gedragsproblemen tussen een deskundige van het Samenwerkingsverband en de intern begeleider. De intern begeleider heeft de taak kinderen met problemen te (laten) onderzoeken en in overleg met groepsleerkracht en ouders een zgn. handelingsplan op te stellen en dit eventueel steeds bij te stellen. Het Samenwerkingsverband stelt een zorgplan op. Dit plan is op school te raadplegen.
Kinderen met grote problemen worden aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). In deze commissie zitten deskundigen die bepalen welke kinderen nog geholpen kunnen worden op de basisschool en welke kinderen in aanmerking komen voor speciaal basisonderwijs dan wel voor een andere vorm voor speciaal onderwijs.
Onder leiding van onze intern begeleider wordt ons zorgsysteem verder uitgebouwd.

Samen als het kan, apart als het moet.

Leerlinggebonden financiering oftewel “ Het rugzakje ”

De Vondelschool heeft als taak voor zoveel mogelijk kinderen adequaat onderwijs te realiseren. Daaronder wordt verstaan een voor het kind passend onderwijsaanbod, zowel in pedagogisch (opvoedkundig) als didactisch (onderwijskundig) opzicht, dus zoveel mogelijk afgestemd op wat een kind nodig heeft.
Passend onderwijs, betekent dat wij rekening houden met wat wenselijk en haalbaar is voor het kind. Daarbij komen vragen aan de orde als: wat heeft het kind precies nodig; welke kennis heeft het al; welke knelpunten moeten worden opgelost; wie kunnen ons daarbij eventueel helpen, enz.
De school heeft ook haar beperkingen, om de eenvoudige reden dat er grenzen zijn aan de mogelijkheden in het opvangen van kinderen.
De volgende grenzen worden onderscheiden:
  • Een zodanig ernstige verstoring van rust en veiligheid binnen de groep, dat het leerproces wordt belemmerd.
  • In de verhouding tussen verzorging/behandeling en het onderwijsaanbod dient het onderwijs te kunnen prevaleren.
  • Gebrek aan opname capaciteit.
  • Een te lage specifieke deskundigheid, waardoor een adequate opvang op niet alleen korte, maar ook iets langere termijn niet mogelijk is.
Voordat de school overgaat tot de toelating van een leerling met een REC-indicatie (kinderen die toelaatbaar zijn voor een Regionaal Expertise Centrum) dient, na overleg met de terzake deskundigen, een zorgvuldige afweging plaats te vinden. Een eventuele plaatsing van een dergelijke leerling in het regulier primair onderwijs dient bevorderlijk te zijn voor de ontwikkeling van het kind.
Hoewel onze school het als haar taak ziet in voldoende mate tegemoet te komen aan de ontwikkelingsbehoefte van iedere leerling, zijn sommige kinderen naar onze mening beter op hun plaats in het SBO of SO.

Teneinde tot een zorgvuldige afweging te komen, hanteren we als school het in de regio Zuid-Kennemerland gebruikelijke stappenplan:

1) Aanmelding
  • aanmelding door de ouders bij de directie van de school
  • gesprek met ouders
  • toelichting op de visie van de school
  • toelichting op de procedure
  • schriftelijke toestemming van de ouders om informatie bij derden op te vragen
  • hierna wordt het team geïnformeerd
2) Informatie verzamelen
Gegevens opvragen bij de REC en andere relevante instellingen.
3) Informatie bestuderen
Binnengekomen gegevens worden bestudeerd en besproken door directie en interne begeleiding en in het team gebracht. Aanvullende informatie kan worden opgevraagd.
4) Inventarisatie
Er wordt in kaart gebracht wat de specifieke behoeften zijn van het kind; wat de mogelijkheden en onmogelijkheden zijn op de volgende gebieden pedagogisch, didactisch, kennis en vaardigheden van de leerkracht, de organisatie van de school en de klas, de mogelijkheden m.b.t. het gebouw en het materieel, de relatie t.o.v. de medeleerlingen en hun ouders.
5) Overwegingen
De school onderzoekt op basis van de inventarisatie welke mogelijkheden de school zelf heeft en welke ondersteuningsmogelijkheden er door anderen, zoals gemeente en speciaal onderwijs, geboden kunnen worden.
6) Besluitvorming
Op basis van de informatie die is verzameld en de overwegingen wordt een besluit over de toelating genomen door de directeur van de basisschool in overleg met het team. Daarbij wordt meegenomen of er, en zo ja welke, consequenties zijn i.v.m. de grenzen die zijn geformuleerd ten aanzien van de opvangmogelijkheden van de school.
7) Advies
  • Gesprek met de ouders waarbij het besluit wordt besproken.
  • Bij plaatsing: opstellen van een plan van aanpak met daarbij een overzicht van inzet van middelen, inzet van formatie, ondersteuning van derden en eventuele gebouw aanpassingen etc.
  • Voorlopige plaatsing: alleen wanneer er sprake is van een observatieperiode, als niet duidelijk is of plaatsing succesvol kan zijn.
  • Bij afwijzing: een inhoudelijke onderbouwing door de school waarom men van mening is dat het kind niet kan worden geplaatst. Deze afwijzing wordt door of namens het bevoegd gezag schriftelijk beargumenteerd en aan ouders en inspectie overhandigd.
  • terug naar de inhoudsopgave
5. BENUTTING VAN DE VERPLICHTE ONDERWIJSTIJD
De basisschool moet voor een continue ontwikkeling zorgen. Zoals eerder beschreven, vereist de wetgever dat de kinderen aan het einde van groep 8 de kerndoelen aangeboden hebben gekregen. Wij hechten er daarbij grote waarde aan dat kinderen met plezier naar school gaan. Onze school moet een veilige school zijn, waar zij zich moeten inspannen maar óók kunnen ontspannen. Kortom, zij moeten zich thuis voelen. Om dit te bereiken hebben we afspraken gemaakt met betrekking tot de veiligheid en de sfeer.

Tijdens hele schooldagen gaan de kinderen 5,5 uur naar school.
GROEP PER WEEK
PER JAAR
GEHELE PERIODE
1 t/m 4 23,50 uur ± 910 uur ± 3680 uur
5 tot en met 8 25,75 uur Ruim 1000 uur Ruim 4000 uur

De lestijd in de gehele basisschoolperiode bedraagt ruim 7.680 uur
Zie verder 'SCHOOLTIJDEN' in het Informatieboekje.

Globaal volgt hieronder een overzicht van de verschillende vakken en aandachtsgebieden die in acht jaren basisschool centraal staan.

ICT
De computer neemt op school een steeds belangrijker plaats in. Inmiddels beschikt de school over een modern netwerk waarop elk lokaal nu is aangesloten. Hierdoor hebben we ook toegang tot internet.
In de kleutergroepen begint het ICT-onderwijs al met allerlei stimulerende software. Muisvaardigheden en voorbereidend taalonderwijs zijn speerpunt. In de onder- en middenbouw komen daar allerlei taal- en rekenprogramma’s bij. Computervaardigheden in de midden- en bovenbouw worden naast dergelijke programma’s aangeleerd met behulp van de methode AaBeeCee. Hier leren de kinderen o.a. werken met een tekstverwerker, e-mail, internet en een digitale encyclopedie. ICT krijgen de kinderen vanaf groep 5 als apart vak in de mediatheek aangeboden door onze ICT collega. Inmiddels beschikt de school over vijf digitale schoolborden.

Nederlandse taal
Onze contacten verlopen grotendeels via spreken, luisteren, schrijven en lezen. We benoemen en ordenen de wereld om ons heen via taal.
In de lessituatie maken we onderscheid tussen taalbeheersing en taalbeschouwing. Bij taalbeheersing gaat het om het spreken, luisteren, stellen en lezen. Bij taalbeschouwing om spelling,woordvorming, grammatica en de betekenis van woorden, uitdrukkingen en gezegdes.

In de kleutergroepen wordt vooral aandacht besteed aan de ontwikkeling van het spreken/ luisteren. Er wordt verteld, voorgelezen en er worden samen onderwerpen besproken. Kinderen moeten leren naar elkaar te luisteren. Naast het met elkaar spelen wordt het spreken en luisteren ook geactiveerd via poppenkast en dramatiseren.
In de groepen 3 t/m 8 gebruiken we lees- en taalmethoden, waarin allerlei vormen van spreken en luisteren worden aangeboden.
Via het stellen en spellen leren kinderen hun gedachten, gevoelens en ervaringen schriftelijk te verwoorden. Er wordt gelet op inhoud, opbouw, indeling, woordkeus, zinsbouw en spelling. De spellingsregels worden aangeleerd, evenals de werkwoordsvormen.

Vanaf groep 2 maken de kinderen kennis met de methode Leeslijn. Dit is een methode, waarmee heel goed aangesloten kan worden op de individuele leesontwikkeling van kinderen.
We onderscheiden verschillende leesvormen. De kinderen in groep 1/2 maken kennis met het voorbereidend lezen. De kinderen dienen als ze het lezen beheersen 'vlot en goed op toon' te lezen. Enkele keren per jaar worden de kinderen getoetst en wordt bepaald welk leesniveau zij hebben bereikt. Vanaf groep 3 worden de kinderen op basis hiervan in wisselende leesniveaugroepen ingedeeld. Het gewenste leesniveau dient in groep 6 te zijn behaald. Kinderen, die nog niet op basis van avi- en/of CITO toetsen goed genoeg lezen, krijgen extra hulp.
Het begrijpend en studerend lezen neemt vanaf groep 3 een voorname plaats in. Kinderen moeten een tekst begrijpen en zich een beeld kunnen vormen van beschreven gebeurtenissen, personen, verbanden kunnen leggen, oorzaakgevolg kunnen benoemen, enz. Aan het einde moeten kinderen teksten kunnen samenvatten, kunnen schematiseren, hoofd- en bijzaken kunnen onderscheiden en een mening moeten kunnen hebben over de tekst.
Grote waarde wordt gehecht aan het lezen van kinderboeken. We zijn trots op onze bibliotheek, die met behulp van enthousiaste ouders een bloeiend bestaan leidt. Veel aandacht wordt jaarlijks aan de Kinderboekenweek besteed.
Vanaf groep 5 houden de kinderen spreekbeurten, boekbesprekingen en ze maken boekverslagen.

Leesmethode voor groep 2 t/m 6: “De Leeslijn”
Taalmethode: “Taal Actief” (Vernieuwde versie) en “Woordbouw” voor groep 3.

Schrijven
In de kleutergroepen worden voorbereidende oefeningen gedaan voor het schrijfonderwijs. In de groepen 3 t/m 6 leren we de kinderen een goed leesbaar handschrift aan. Accenten worden gelegd op juiste schrijfhouding, penvoering, hoofd- en kleine letters. Vanaf groep 7 krijgt het kind meer ruimte om een persoonlijk handschrift te ontwikkelen. Aan de orde komen dan oefeningen om de schrijfsnelheid op te voeren, kalligrafie en verschillende lettertypen.

Schrijfmethode: “Handschrift”

Rekenen
We zijn overgestapt van het zgn. 'Koopmansrekenen' (veel rijtjes, redactiesommen met de bijbehorende trucjes) naar het zgn. realistische rekenen. Hierbij wordt uitgegaan van de wereld van het kind. Vanuit bekende situaties voor het kind worden rekenproblemen gesteld. Kinderen leren dat er vaak meerdere oplossingen zijn. Leerkrachten geven aanwijzingen en laten de kinderen, individueel of met elkaar de oplossing(en) bedenken. Op deze manier leren kinderen vaardiger met de rekenproblemen om te gaan. Zij leren schatten, zijn aan het meten, werken met grafieken, bekijken plattegronden met coördinaten. Er wordt met elkaar gediscussieerd over de mogelijke oplossingen.

Rekenmethode: “Wereld in Getallen” (Vernieuwde versie)

Wereldoriëntatie, waaronder aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs en verkeer.
In het kader van de wereldoriënterende vorming is aardrijkskunde van eminent belang bij de verkenning en voortdurende vergroting van de leefwereld van het kind. Ook hier wordt weer gestart vanuit hun bekende wereld: we gaan van huis, naar school, naar regio, naar Nederland, naar Europa en tenslotte naar de werelddelen. Aan de topografie wordt nog steeds ruime aandacht besteed.

Aardrijkskundemethode: “Hier en Daar”

Bij de geschiedenislessen oriënteren de kinderen zich op het verleden, waarbij steeds verbindingen met het heden worden gelegd. We gaan van de prehistorie naar nu. Aandacht wordt besteed aan onze staatsinrichting. Vanuit aardrijkskunde en geschiedenis komen de voornaamste wereldgodsdiensten aan de orde, die ook helpen een beter inzicht te geven in onze multiculturele samenleving.

Geschiedenismethode: “Bij de Tijd” (vernieuwde versie)

Bij ons natuuronderwijs worden vakken gebundeld als biologie, natuurkunde en bevordering gezond gedrag.

Methoden: groepen 5 en 6 de schooltelevisieserie: “Nieuws uit de Natuur”
groepen 4 tot en met 8 “Leefwereld”

In de verkeerslessen zit een opbouw die gaat van het veilig leren oversteken tot het in groep 7 afleggen van de landelijke, theoretische verkeersproef van Veilig Verkeer Nederland.

Verkeersmethode: “Op voeten en fietsen”; “Jeugdverkeerskrant” en “Op Groen”.

Engels
Sinds 1985 is de Engelse taal een verplicht onderdeel van de lessen geworden in de groepen 7 en 8. De niet-nagesynchroniseerde televisieprogramma's hebben de kinderen al een behoorlijke mondelinge kennis van het Engels gebracht. Het accent blijft liggen op de spreekvaardigheid. Er wordt in beperkte mate geschreven. In de lokalen kunnen de kinderen eenvoudige Engelse leesboeken lezen.

Methode: “Hello world”

Creatieve vakken
Op dinsdag krijgen de groepen 3 tot en met 6 muziekles van een muziekdocent van de Gemeentelijke Bloemendaalse Muziekschool. Ons streven is om jaarlijks een koffieconcert te laten verzorgen door de leerlingen.
Bij tekenen en handvaardigheid komen diverse basistechnieken aan de orde. Net als bij dramatische expressie gaat het niet om het perfecte resultaat maar vooral om de uiting van ideeën en gevoelens.
Wij doen mee met de activiteiten van Kreater: projecten op school, filmvoorstellingen, bezoek aan tentoonstellingen.
Enkele keren per jaar worden er, bij voldoende hulp van ouders, voor de groepen 5 t/m 8 keuzemiddagen gehouden. De kinderen kunnen kiezen uit allerlei creatieve activiteiten, die door ouders en leerkrachten worden bedacht.

Bewegingsonderwijs
De kleuters krijgen bewegingsonderwijs van hun eigen leerkracht. Eén keer per week in de grote gymzaal. De kinderen uit de groepen 3 t/m 8 krijgen twee keer in de week bewegingsonderwijs van een vakleerkracht. Bij goed weer wordt er tussen Pasen en de herfstvakantie buiten op ons (asfalt) sportveld lesgegeven.
Wij vinden het van groot belang dat kinderen veelzijdig en intensief bewegen. Dit wordt gedaan in organisatievormen die uitnodigend en veilig zijn. Bij de rapporten wordt een aparte observatiekaart meegegeven.
De Vondelschool neemt enthousiast deel aan de Bloemendaalse sporttoernooien: voetbal (jongens en meisjes), basketbal (jongens en meisjes) in de Tetterodehal en een gezamenlijk peanutbaltoernooi in Bloemendaal.
Een keer per jaar is er een sport- en speldag, die altijd wordt afgesloten met een slagbalwedstrijd tussen de leerkrachten en de kinderen van groep 8, die de school gaan verlaten.

Godsdienst / levensbeschouwelijke vorming
De kinderen uit de groepen 6 en 7 kunnen facultatief één keer per week (45 min.) de lessen levensbeschouwelijke vorming bijwonen. De bijbel heeft een enorme invloed gehad op onze westerse samenleving. Dat komt o.a. tot uiting in onze taal, bij namen, gezegdes en in kunst. Ook worden de wereldgodsdiensten en levensbeschouwingen aan de orde gesteld. Hoewel de wet spreekt van godsdienst, spreken wij meestal van levensbeschouwelijke vorming. Hierbij wordt geen enkele religieuze richting benadrukt.
Deze lessen worden gegeven door een vakleerkracht.

6. DE (VRIJWILLIGE) OUDERBIJDRAGE

In artikel 40 WPO, dat handelt over toelating en verwijdering van leerlingen, staat: "De toelating mag niet afhankelijk worden gesteld van een geldelijke bijdrage van de ouders. Overeenkomsten waarbij ouders worden verplicht tot het betalen van een geldelijke bijdrage zijn nietig, behoudens voorzover zij na toelating van de leerling tot de school schriftelijk zijn aangegaan en in het desbetreffende schriftelijk stuk aan de ouders kenbaar is gemaakt dat het een vrijwillige bijdrage betreft waarvoor de overeenkomst niet behoeft te worden aangegaan, doch waarvoor geldt dat na de ondertekening wel een verplichting tot betaling van de overeengekomen bijdrage bestaat". De toelating tot onze school is niet afhankelijk van welke financiële bijdrage dan ook. Daarom gaan wij hier niet in op de door de wet gestelde reductie- en kwijtscheldingsregelingen.

Er worden echter op school allerlei activiteiten georganiseerd, die formeel niet tot het onderwijs behoren. Voor deze activiteiten wordt door de ouderraad een vrijwillige ouderbijdrage gevraagd. De hoogte van deze bijdrage wordt jaarlijks op de plenaire oudervergadering vastgesteld. In het Informatieboekje kunt u bij de rubriek Ouderraad lezen waaraan de vrijwillige ouderbijdragen zoal worden besteed.

7. RECHTEN EN PLICHTEN VAN DE OUDERS / VERZORGERS EN HET BEVOEGD GEZAG

Medezeggenschapsraad (MR)
De MR heeft als taak om het beleid van de directie en het bestuur te bespreken. Bij sommige onderwerpen heeft de MR adviesrecht, bij andere instemmingsrecht. Dit is vastgelegd in een reglement. De MR kan natuurlijk ook zelf ideeën aandragen. De MR bestaat uit drie ouders en drie leerkrachten. De zittingsperiode is voor beide geledingen twee jaar. De MR vertegenwoordigt alle ouders en personeelsleden.
U kunt dus contact opnemen met de leden. De vergaderingen zijn in het algemeen openbaar en worden in het schoolgebouw gehouden. In ons informatieboekje staan de huidige leden.

Ouderraad (OR)
De OR bestaat uit ouders en verzorgers van kinderen uit diverse groepen. De OR kan de MR adviseren en heeft diverse organisatorische taken. De OR regelt festiviteiten en houdt contact met de klassenouders.

Toelating en uitschrijving van leerlingen
De ouders/verzorgers zijn er verantwoordelijk voor dat kinderen in de leerplichtige leeftijd bij een school zijn ingeschreven en dat de kinderen de school ook daadwerkelijk bezoeken. Ook zijn ouders verantwoordelijk voor het tijdig absent melden van de kinderen. Dit dient schriftelijk of telefonisch vóór schooltijd te geschieden. Mondelinge absentiemeldingen via andere kinderen worden niet geaccepteerd.
De leerplicht begint op de eerste schooldag van de maand, volgende op die waarin de leeftijd van vijf jaar is bereikt.
Als een kind van school verandert, moet het bij de oude school worden uitgeschreven en op de nieuwe school worden ingeschreven. De school is verplicht ook de gemeente (afdeling leerplichtzaken) op de hoogte te stellen van de in- en uitschrijvingen. De reden van uitschrijving moet worden vermeld alsmede de nieuwe school. De school kan een leerling alleen uitschrijven als er een inschrijving op een andere school heeft plaatsgevonden of bij bijzondere omstandigheden zoals het verlenen van vrijstelling of bij de afronding van een procedure van verwijdering.
Op een openbare school worden in principe alle leerlingen die aangemeld worden daadwerkelijk ingeschreven.
Indien een leerling tijdens zijn schoolperiode naar een andere school gaat, stuurt de Vondelschool een overdrachtsrapport naar de ontvangende school.

Vrijstelling op grond van art. 41 WPO
Leerlingen, voor wie een beroep wordt gedaan op dit artikel, zullen een individueel vervangend programma krijgen voor die onderdelen van het lesprogramma, waarvoor vrijstelling wordt verleend.

Verzuimbeleid
Ons streven is uiteraard dat bij ziekte van een leerkracht of afwezigheid op andere gronden de leerlingen les kunnen krijgen van een vervanger. Tot nu toe zijn we daar goed in geslaagd. Mocht vervanging niet mogelijk zijn, dan trachten we door verdeling van de kinderen over verschillende groepen lesuitval te voorkomen. Mocht ook het verdelen over de klassen tot een niet-werkbare situatie leiden, dan zullen we noodgedwongen overgaan tot het naar huis sturen van een klas.
Uw kind moet in principe vijf dagen per week naar school. De school registreert dagelijks de af-, respectievelijk aanwezigheid van alle leerlingen. Bij licht verzuim neemt de school zelf de afhandeling van het verzuim ter hand. Bij zorgwekkend verzuim (verzuim dat regelmatig en hardnekkig is) schakelt de school de leerplichtambtenaar in.

Geoorloofd verzuim
  • Ziekte. Als uw kind ziek is, kan het uiteraard niet naar school. U dient dit zo spoedig mogelijk, uiterlijk vóór aanvang van de lessen, aan de school te melden;
  • Godsdienst of levensovertuiging. Als uw kind godsdienstplichten moet vervullen, hoeft het niet naar school. U moet dit echter wel minstens twee dagen van tevoren aan de school melden;
  • Vijfjarigen. Er is een bijzondere regeling voor kleuters: als uw kleuter vijf jaar is en de volle schoolweek nog niet aankan, mag het vijf uur per week thuisblijven. U moet dit tevoren melden aan de directeur van de school. Met toestemming van de directeur mag een vijfjarige zelfs ten hoogste tien uur per week thuisblijven.
Ongeoorloofd schoolverzuim
Als uw kind zonder geldige reden niet naar school gaat, is er sprake van ongeoorloofd schoolverzuim. Dan moet de school altijd maatregelen nemen, omdat het in het belang van het kind is dat het aan onderwijs deelneemt. Meestal zal de directie van de school contact met u opnemen om na te gaan wat er aan de hand is. Als dat niet vlot tot een oplossing leidt, zal de school de leerplichtambtenaar inschakelen. Deze zal proberen om in overleg met u een manier te vinden, om uw kind wel regelmatig naar school te laten gaan.

Verlof buiten schoolvakanties

Vakantieverlof
Indien een van beide ouders (dan wel beiden) een beroep of een bedrijf heeft waardoor het met vakantie gaan tijdens de reguliere vakantieperiode(n) onmogelijk is, kan bij de school vakantieverlof buiten de schoolvakantie(s) worden aangevraagd. Een dergelijk verzoek dient bij voorkeur acht weken tevoren bij de directeur van de school te worden ingediend. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van een speciaal vakantie- en verlofformulier dat op school bij de leerkracht van uw kind verkrijgbaar is.
De directeur mag u slechts eenmaal per schooljaar vakantieverlof verlenen voor ten hoogste tien dagen. Als u bijvoorbeeld de eerste keer drie dagen vakantieverlof heeft aangevraagd, dan mag de directeur u gedurende de overige maanden geen extra vakantieverlof meer verlenen.
U kunt dus daarna geen verdere aanspraak maken op nog eens (maximaal) zeven dagen.

Vakantieverlof mag alleen worden verleend, wanneer:
• het wegens de specifieke aard van het beroep van een van de ouders slechts mogelijk is buiten de schoolvakanties met vakantie te gaan;
• een werkgeversverklaring wordt overlegd, waaruit blijkt dat geen verlof binnen de officiële schoolvakantie mogelijk is.

De directeur mag geen vakantieverlof verlenen in de eerste twee lesweken van het nieuwe schooljaar
U kunt geen verlof krijgen om redenen van het vermijden van verkeersdrukte of wegens goedkopere tarieven of soortgelijke argumenten.

Verlof wegens gewichtige omstandigheden
Tot en met tien schooldagen per jaar dient u dit schriftelijk bij de directeur van de school aan te vragen. Bij meer dan tien dagen per schooljaar dient u dit vier weken van tevoren aan te vragen bij de leerplichtambtenaar van de woongemeente. Hiervoor gebruikt u het op school te verkrijgen vakantie- en verlofformulier.

Onder gewichtige omstandigheden verstaat de Leerplichtwet omstandigheden die buiten de wil van de leerling of de ouders zijn gelegen. Een vakantie of lang weekend horen niet tot de gewichtige omstandigheden. Voorbeelden van gewichtige omstandigheden zijn huwelijk, verhuizing, jubilea, persoonlijke omstandigheden, ernstige ziekte van een familielid, etc. en alle naar het oordeel van de directeur belangrijke redenen, vakantieverlof daargelaten.

Verlof wegens kennelijke onredelijkheid
Wanneer u vindt dat een kennelijk onredelijke situatie ontstaat als u geen toestemming voor extra verlof voor uw kind krijgt, kunt u zich tot de directeur van de school wenden. De directeur zal bij de eindbeoordeling van uw bijzonder verzoek altijd het belang van het kind voorop stellen.
In alle gevallen waarin u toestemming voor extra verlof krijgt, dient de school formeel de leerplichtambtenaar daarvan op de hoogte te brengen.

Verwijdering van leerlingen
De beslissing tot verwijdering berust bij het schoolbestuur. Voordat wordt besloten tot verwijdering (of schorsing) over te gaan, hoort het schoolbestuur de groepsleraar alsmede de ouders/verzorgers van het betreffende kind. Van de gevoerde gesprekken wordt een verslag gemaakt dat op verzoek aan de ouders / verzorgers kan worden uitgereikt. Als een school meent met een leerling vastgelopen te zijn en er niet meer verantwoord mee verder denkt te kunnen, is het de verantwoordelijkheid van de school een andere oplossing voor deze leerling te vinden. Zolang er geen andere vorm van onderwijs is gevonden, blijft de leerling op school ingeschreven. Indien aantoonbaar is dat gedurende acht weken zonder succes is gezocht naar een zodanige school of instelling waarnaar kan worden verwezen, kan toch tot verwijdering worden overgegaan.

Gronden voor vrijstelling van het onderwijs en de vervangende onderwijsactiviteiten
Iedere leerling is verplicht deel te nemen aan alle voor hem bestemde onderwijsactiviteiten. Het schoolbestuur kan op verzoek van de ouders een leerling vrijstellen van het deelnemen aan bepaalde onderwijsactiviteiten. Hierbij kan gedacht worden aan het vrijgesteld worden van het volgen van de gymnastieklessen vanwege een lichamelijke handicap. Een verzoek tot vrijstelling kan worden ingediend bij het schoolbestuur dan wel bij de directeur van de school.
De vrijstelling kan slechts worden verleend op grond van door het schoolbestuur vastgestelde richtlijnen. Deze dienen nog door het schoolbestuur te worden vastgesteld. Zolang dit niet is gebeurd, wordt de ouders verzocht in het verzoek aan te geven waarom van de betreffende onderwijsactiviteiten vrijstelling wordt gevraagd. Bij de vrijstelling wordt bepaald welke onderwijsactiviteiten in de plaats komen van die waarvoor vrijstelling is verleend.

Vrijstelling van leerplicht
In een aantal bijzondere gevallen kunt u vrijgesteld worden van de verplichting uw kind in te schrijven bij een school indien
• er lichamelijke of psychische redenen zijn;
• er overwegende bezwaren tegen de inrichting van het onderwijs op alle binnen redelijke afstand van uw woning gelegen scholen zijn;
• u een trekkend bestaan leidt, is er voor uw kind een bijzondere regeling. U dient zich in verbinding te stellen met de leerplichtambtenaar.

Bezwaar
Tegen beslissingen van de directeur en de leerplichtambtenaar over leerplichtzaken kunt u een bezwaarschrift indienen. Als u een bezwaarschrift wilt indienen, moet u dit doen bij degene die de beslissing heeft genomen waarmee u het oneens bent. Het kan dus gaan om de directeur van de school of om de leerplichtambtenaar.
Een bezwaarschrift moet worden ingediend binnen zes weken nadat de beslissing aan u is verzonden of overhandigd.
Wie zich niet aan de regels van de leerplichtwet houdt, maakt zich schuldig aan een overtreding en een strafbaar feit. Hiervan wordt zo nodig een proces-verbaal opgemaakt.

U kunt bij de leerplichtambtenaar nadere informatie krijgen over alles wat met de leerplicht samenhangt. De leerplichtambtenaar van de gemeente Bloemendaal is de heer E. Woerdeman. Hij is bereikbaar via telefoonnummer 5225594.

Informatie over de klachtenregeling
Een school is een omgeving waar mensen intensief met elkaar omgaan. Botsingen en meningsverschillen zijn dan ook niet bijzonder en worden vaak in onderling overleg bijgelegd. Soms is een meningsverschil van dien aard, dat iemand een klacht hierover wil indienen. Die mogelijkheid is er. Voor de school is een klachtenregeling vastgesteld. Deze is voor iedereen die bij de school betrokken is in te zien op de leestafel in de gang. Op aanvraag kunt u kosteloos een afschrift van de regeling krijgen.

De school is voor de behandeling van klachten aangesloten bij een onafhankelijke klachtencommissie: de ”Landelijke klachtencommissie voor en openbaar en het algemeen toegankelijk onderwijs (LKC)”. De LKC onderzoekt de klacht en beoordeelt (na een hoorzitting) of deze gegrond is. De LKC brengt advies uit aan het schoolbestuur en kan aan haar advies aanbevelingen verbinden. Het schoolbestuur neemt over de afhandeling van de klacht en het opvolgen van de aanbevelingen de uiteindelijke beslissing.

U kunt een klacht rechtstreeks of via het schoolbestuur schriftelijk bij de LKC indienen. De externe vertrouwenspersoon kan u daarbij behulpzaam zijn als u dat wenst. Deze vertrouwenspersoon is mevr. Gea Kruijff. Zij is bereikbaar op maandag, dinsdag en donderdag op telefoonnummer 06-22371953. Daarnaast is vertrouwenspersoon mevrouw Jannie v.d. Kooy. Zij is bereikbaar op maandag, dinsdag, woensdag en donderdag op telefoonnummer 06-22738309. Tevens is vertrouwenspersoon mevrouw Diny Bakker. Zij is bereikbaar op dinsdag en woensdagochtend op telefoonnummer 06-51238064. Ook is vertrouwenspersoon mevrouw Marjolein Smit. Zij is bereikbaar op donderdag en vrijdag op 06-51240645.

De LKC is gevestigd aan de Polanerbaan 15, 3447 GN Woerden
Postadres: Postbus 162, 3440 AD Woerden
Telefoon 0348-405245, fax 0348-405244
U kunt ook de website raadplegen www.lgc-lkc.nl, of een e mail sturen naar Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. .

Rapporten
In de kleutergroepen worden alle toetsen jaarlijks met de ouders besproken. Vanaf groep drie krijgen de kinderen drie keer per schooljaar een rapport. Het schooljaar is ruwweg verdeeld in drie perioden van 13 à 14 schoolweken. In groep 3 een rapport met de kwalificaties 'goed, ruim voldoende, voldoende en matig'. Vanaf groep 4 worden het cijferrapporten. Daarnaast krijgen de ouders vanaf groep 3 een overzicht van de uitslagen CITO leerlingvolgsysteem van hun kind (eren). De metingen worden aangegeven door de letters A t/m E. A staat voor ver boven het Nederlands gemiddelde en E staat voor ver beneden het Nederlands gemiddelde. C is het Gemiddeld Nederlands leerniveau. De metingen volgens het CITO Leerlingvolgsysteem vinden één keer per half jaar plaats voor alle leerlingen vanaf groep 3. Ook de kinderen van eind groep 2 doen mee met toetsen volgens het CITO leerlingvolgsysteem.

Overblijven
Alle kinderen hebben de mogelijkheid over te blijven. Hoewel wij spreken over het continurooster, heeft het geen verplichtend karakter. De kinderen mogen tegen betaling overblijven. Tijdens het overblijven geldt dezelfde verzekering als die van toepassing is tijdens de vastgestelde schooltijden. Zie ook het Informatieboekje.

Schoolbeleid informatievoorziening gescheiden ouders
Wanneer ouders gescheiden leven of gaan scheiden kan het voor ons – de school – moeilijk zijn om te bepalen welke positie wij bij het verstrekken van informatie moeten innemen.
In de meeste gevallen komen ouders hier zelf wel uit en informeren zij elkaar over belangrijke (school-)zaken die met hun kind te maken hebben, maar helaas is dit niet altijd het geval.
De wet biedt ons voor dergelijke situaties echter een duidelijke richtlijn.
We zijn als school namelijk verplicht beide ouders te informeren.
Dus ook de ouder die niet met het ouderlijk gezag is belast heeft recht op informatie, overigens alleen indien hij/zij hierom uitdrukkelijk verzoekt.
Alleen in geval van zeer zwaarwegende argumenten kan van die richtlijn worden afgeweken.
Het recht op informatie geldt trouwens niet voor andere personen die in een nauwe betrekking tot het kind staan, bijvoorbeeld de grootouders.
Bij de vraag welke informatie moet worden gegeven baseren we ons schoolbeleid op de wettelijke bepaling dat alleen informatie verstrekt hoeft te worden die ook door de andere ouder is ontvangen.
Wanneer de adresgegevens van de niet met het ouderlijk gezag belast zijnde ouder bij ons bekend zijn, wordt hij/zij desgewenst door de school op de hoogte gesteld van:
  • Schoolgids (jaarlijks, aan het begin van het schooljaar, te vinden op internet).
  • De nieuwsbrief (frequentie / verwijzen naar de website of via de post/mail indien men dit nadrukkelijk aangeeft).
  • Uitnodiging voor 10-minutengesprekken. Deze vinden drie keer per jaar plaats. Tijdens deze gesprekken hebben de ouders ook de gelegenheid werk van de kinderen in te zien.
  • Rapporten vanaf groep 3 (3 keer per jaar, een kopie hiervan).
  • Testuitslagen
  • Adres van de schoolfotograaf en de nummers van de foto’s van het betreffende kind.

Alleen met een rechterlijke beschikking mogen wij afwijken van de informatieplicht.
In dat geval moet het schriftelijk bewijs hiervan aan de directie worden overlegd.
terug naar de inhoudsopgave

8. HET MOBIEL TEAM
Samenwerking tussen de schoolmaatschappelijkwerker en de sociaal-verpleegkundige
Het Mobiel Team behoort tot de zorgstructuur van de basisschool en is erop gericht het welzijn van het kind te bevorderen. Er kunnen diverse redenen zijn waarom de school het Mobiel Team inschakelt in het kader van de leerlingenzorg. Doorgaans is het uitgangspunt een negatieve verandering in de schoolprestaties of in het gedrag van het kind. Soms is niet direct aan te wijzen waar het kind door belemmerd wordt en is het zinvol om dit te onderzoeken.

Samenstelling Mobiel Team
Het Mobiel Team is een vorm van samenwerking tussen de schoolmaatschappelijk werker en de sociaalverpleegkundige. Samen kijken zij of de hulpvraag van school of ouders ligt op psycho-sociaal-vlak (maatschappelijk werk) of sociaal-medisch vlak (sociaalverpleegkundige). Om dit te kunnen beoordelen wordt het kennismakingsgesprek doorgaans gevoerd met zowel de schoolmaatschappelijk werker als de sociaalverpleegkundige. Samen met u en/ of met de school wordt vervolgens een plan van aanpak opgesteld. Soms is één gesprek voldoende, of is het afdoende om telefonisch een advies te vragen. We kijken samen naar de beste vorm.

Wanneer wordt het Mobiel Team ingeschakeld?
Het Mobiel Team wordt vaak door school ingezet, maar kan ook door de ouders zelf worden ingeschakeld. Soms is het prettig om dan rechtstreeks als ouder te kunnen bellen met het Mobiel Team, in andere gevallen is het goed om via de Intern Begeleider van de school een verwijzing te vragen naar het Mobiel Team. In de meeste gevallen echter zal de school u (beide ouders) benaderen om eens met het Mobiel Team te spreken, omdat zij denken dat uw kind hier baat bij heeft.
Voorbeelden:
• het kind heeft moeite in de omgang met andere kinderen.
• het kind heeft slaap en/of eetproblemen of luistert slecht..
• in het gezin zijn spanningen door belastende werk en/of privé omstandigheden.

Privacy
Alles wat u het Mobiel Team vertelt is vertrouwelijk. In overleg met u wordt beoordeeld welke gegevens kunnen worden verstrekt aan de school. De Mobiel Team-medewerker kan in bepaalde situaties van deze regel afwijken indien zij inschat dat anders het welzijn van uw kind wordt geschaad. U wordt in dat geval door de Mobiel Team-medewerker hiervan op de hoogte gesteld.

Het Mobiel Team op uw school bestaat uit:
Een schoolmaatschappelijk werker bij Kontext, welzijn en maatschappelijke dienstverlening.
Greetje Feunekes, sociaalverpleegkundige bij de GGD
Voor een vraag kunt u een e-mail zenden naar: Dit e-mailadres is beschermd tegen spambots. U heeft Javascript nodig om het te kunnen zien. , er wordt dan zo spoedig mogelijk contact met u gezocht.
U kunt ook telefonisch contact opnemen met het secretariaat van Kontext,
telefoon 023-543 60 80.
Of u kunt bellen met Greetje Feunekes op telefoonnummer: 06-51026809
terug naar de inhoudsopgave

9. AANNAMEBELEID
Inleiding
In elke kern van Bloemendaal bevindt zich een openbare basisschool. Deze scholen hebben een positieve uitstraling. Mede daardoor volgen op deze scholen (met uitzondering van de Graaf Florisschool) veel leerlingen uit andere gemeenten onderwijs. Een aantal (openbare) scholen in de regio hanteert (informeel) een toelatingsbeleid waardoor de Bloemendaalse scholen te maken hebben met een aanzienlijke groei. Een te hoog leerlingenaantal leidt tot specifieke organisatorische problemen als ruimtegebrek, personeelstekort, vergoedingen die later worden uitgekeerd en combinatiegroepen. De uitbreidingsmogelijkheden zijn gering. De kosten van verbouwing van zolderruimten tot volwaardige lesruimte(n) en de plaatsing van noodlokalen zijn aanzienlijk. Voor uit andere gemeenten afkomstige leerlingen wordt geen huisvestingsvergoeding van het rijk ontvangen.

Ter voorkoming van de geschetste negatieve effecten van de (te) grote instroom van leerlingen menen wij dat beleid met betrekking tot de toelating van leerlingen, gekoppeld aan een maximum aantal leerlingen per school, gewenst is. Hierna zal nader op de gewenste groepsgrootte en het maximum aantal leerlingen per school c.q. de toelatingsregels worden ingegaan.

Overwegingen
gewenste groepsgrootte/maximum aantal leerlingen per school

Wij hebben de gewenste groepsgrootte vooralsnog vastgesteld op 30 leerlingen. Een geringe uitloop/afwijking is acceptabel. Meer leerlingen kunnen in de gebouwen niet worden gehuisvest. Bij hogere leerlingaantallen per groep komt de kwaliteit van het onderwijs onder druk te staan.

Volgorde toelating leerlingen
  1. Kinderen die al een broertje of zusje op school hebben alsmede kinderen van personeelsleden worden altijd toegelaten.
  2. Kinderen die in de betreffende (dorps)kern wonen (daarin begrepen aangrenzende gebieden zoals hierna onder a en b gedefinieerd) worden te allen tijde toegelaten. De gebieden zijn:
    1. Voor de Julianaschool: Overveen plus dat deel van Haarlem dat grenst aan Overveen en wordt begrensd door de Zijlweg, de Julianalaan en de spoorlijn “Haarlem – Bloemendaal”.
    2. Voor de Vondelschool: Aerdenhout, Bentveld en dat gedeelte van het in Haarlem gelegen “Oosterduin” dat ten westen van de Randweg ligt.
  3. Andere aanmeldingen worden op de wachtlijst geplaatst. Per 1 mei van ieder jaar wordt de groepsgrootte bepaald van de nieuwe groep 1 welke bestaat uit de verwachte instroom van kinderen tussen 1 oktober van dat jaar en 1 oktober van het jaar daarop. Indien voor deze groep minder dan 30 leerlingen zijn ingeschreven worden kinderen van de wachtlijst op geografische afstand tot de school gerangschikt (kortste afstand tot de school bovenaan) op die volgorde alsnog toegelaten totdat het maximum aantal van 30 leerlingen is bereikt. De overige leerlingen worden niet toegelaten.
  4. Aanmeldingen gedaan ná 1 mei van het jaar dat het kind 4 jaar wordt, worden alleen gehonoreerd indien sprake is van verhuizing naar het voedingsgebied of een duidelijk geval van overmacht dan wel in de betrokken groep minder dan 30 leerlingen zitten.
Omdat de Graaf Floris- en de Bornwaterschool niet het maximum aantal leerlingen herbergen komen zij vooralsnog niet in aanmerking voor een wijkindeling. Wij achten het wenselijk dat initiatieven worden ontplooid om de wachtlijsten te vergelijken met scholen in de omgeving (ter voorkoming van “vervuiling”).
terug naar de inhoudsopgave

10. HET HOOFDLUISBELEID VAN DE SCHOOL
Hoofdluis is een regelmatig terugkerend probleem. Op plaatsen waar veel mensen bij elkaar komen kan deze besmetting gemakkelijk van de één naar de ander overgebracht worden. De school is, ongewild, een dergelijk plaats.

Wij zijn van mening dat zowel school als ouders een stuk verantwoordelijkheid dragen met betrekking tot de bestrijding van hoofdluis. Het is de verantwoordelijkheid van de school een aantal voorzorgsmaatregelen te nemen, waardoor de verspreiding van hoofdluis zoveel mogelijk wordt beperkt. Het is de verantwoordelijkheid van de ouders om de kinderen te controleren op hoofdluis en zonodig te behandelen.

Om het hoofdluisprobleem onder controle te houden is op deze school in samenwerking met de ouderraad (OR) gekozen voor een systematische aanpak per 1 januari 2003.
Dit houdt in dat de school op het moment dat er hoofdluis gesignaleerd wordt, binnen de school een aantal voorzorgsmaatregelen neemt dat verdere verspreiding van hoofdluis beperkt.
Daarnaast bestaat er een ouderwerkgroep, die door de ouderraad is ingesteld. Deze werkgroep heeft als taak om op een aantal vaste tijd¬stippen (in ieder geval in de week na elke vakantie), ± 6 x per jaar, alle leerlingen op school te controleren op hoofdluis.

Tevens kan de werkgroep extra ingeschakeld worden in periodes waarin de hoofdluis erg actief is.
Wanneer hoofdluis bij een kind geconstateerd wordt, zal dit niet aan het kind zelf meegedeeld worden, maar zal de groepsleerkracht telefonisch contact met de ouders van het kind opnemen.

De ouders die in deze werkgroep zitten krijgen ondersteuning van de coördinator en van de OR.

Wanneer u vragen heeft over deze werkgroep kunt u contact opnemen met de coördinator van de werkgroep de heer O. van Ulzen.
terug naar de inhoudsopgave

11. SPONSORING
In maart 1997 is een Convenant Sponsoring afgesloten tussen de Staatssecretaris en een aantal landelijke besturen van belangenvertegenwoordigers van het Onderwijs. Bij de directeur kunnen belangstellenden een kopie krijgen van de afspraken. De Vondelschool wordt gesponsord door een aantal lokale bedrijven d.m.v. advertenties in de schoolkrant. De opbrengst wordt besteed aan boeken voor de schoolbibliotheek.
terug naar de inhoudsopgave

12. BEGRIPPEN EN AFKORTINGEN
  • CITO: Centraal Instituut Toetsontwikkeling Op school worden de volgende Cito-toetsen afgenomen: taal voor kleuters, ordenen, spelling, rekenen, begrijpend lezen, de entreetoets voor groep7 en de eindtoets voor groep 8. Deze toetsen worden verwerkt in het leerlingvolgsysteem van CITO.
  • Continue begeleiding: De begeleiding van de leerlingen in de groepen 6, 7 en 8 en de brugklas van het voortgezet onderwijs.
  • Intern begeleider: Is de leerkracht die de zorgstructuur op school bewaakt. Hij/zij biedt hulp aan de leerkracht met zorgleerlingen, zowel op didactisch als op sociaal-emotioneel gebied.
  • Kerndoelen: De vaardigheden en leerstof, die de leerlingen op de basisschool geleerd moeten hebben.
  • L.O.M.: School voor kinderen met Leer- en Opvoedingsmoeilijkheden
  • M.L.K.: School voor Moeilijk Lerende Kinderen
  • PCL: Permanente Commissie Leerlingenzorg. Deze commissie begeleidt kinderen met leer- en ontwikkelingsachterstanden/opvoedingsmoeilijkheden. De school/intern begeleider meldt, na overleg met de ouders, het kind bij deze commissie aan. Deze commissie kan ook het advies geven dat het voor een kind beter kan zijn om op een andere school deel te nemen aan het onderwijs.
  • SVL-test: School Vragen Lijst, onderzoekt o.a. motivatie, huiswerkattitude, het met plezier naar school gaan
  • Samenwerkingsverband: Een cluster van gewone basisscholen en scholen voor
  • speciaal onderwijs
  • WPO: Wet op het Primair Onderwijs
Op school liggen ter inzage:
  • schoolplan
  • zorgplan
  • klachtenregeling
  • volledige sponsorregeling

© 2009 website Vondelschool Aerdenhout. Alle rechten voorbehouden Design by Webvanced